Moet Karim Khan vertrekken? Vrijdag stemmen de lidstaten van het Internationaal Strafhof over de toekomst van één van de machtigste aanklagers ter wereld. De afgevaardigden van 125 landen zullen – in een geheime stemming, in het VN-hoofdkantoor in New York – bepalen of Khan hoofdaanklager mag blijven, of niet.

De 56-jarige Brit wordt door een naaste medewerkster beschuldigd van seksueel misbruik. Op dienstreizen en in zijn kantoor bleef Khan volgens de vrouw, een 39-jarige advocaat uit Maleisië, aandringen op seks. Zijn gedrag zou zijn uitgemond in aanranding en verkrachting. Khan heeft de beschuldigingen publiekelijk altijd ontkend, ook tegen NRC. Hij noemt ze „volstrekt onwaar”.

De Verenigde Naties deden ruim een jaar onderzoek naar de gebeurtenissen. Vorige maand concludeerde het bestuursorgaan van het Strafhof mede op basis van het VN-onderzoek dat er sprake was van „ernstig wangedrag” en verwees de zaak door naar de lidstaten van het Strafhof.

Met de stemming komt er een einde aan een vraagstuk dat al twee jaar boven de rechtbank hangt. Een kwestie die inmiddels over veel meer gaat dan de baan van de hoofdaanklager alleen. Critici trekken niet alleen de integriteit van de hoofdaanklager in deze kwestie in twijfel, er wordt volop gespeculeerd over zijn professionele handelen: nam de hoofdaanklager zijn beslissingen zuiver?