Dankbaarheid geldt als een deugd, zeker bij vluchtelingen. Ze maakt de verhouding overzichtelijk: de een geeft, de ander bedankt. Ik heb lang gedacht dat daar niets mis mee was.
Tijdens het WK voetbal zei mijn zoon van tien bij het avondeten dat hij niet voor Nederland was. Hij wilde zelfs niet dat Nederland het WK zou winnen. Hij was voor Portugal, omdat hij van Cristiano Ronaldo houdt.
Hij zei het zonder nadruk, tussen twee happen door. Er zat geen oordeel over Nederland in en geen verklaring over wie hij was. Portugal had Ronaldo. Dat was genoeg.
Ik antwoordde meteen. Vriendelijk, maar zonder na te denken.
„Wij moeten voor Nederland zijn”, zei ik. „Nederland is nu ons land. Het heeft ons opgenomen en ons geholpen opnieuw te beginnen. Zonder Nederland zouden we hier misschien niet zo rustig samen aan tafel zitten.”






