Wanneer het woord ‘homoseksueel’ voor het eerst op papier gebruikt werd, en door wie? De meeste mensen zullen dat niet weten, en daarom worden die vragen beantwoord aan het begin van een prachtige tentoonstelling in Kunstmuseum Basel, nog te zien tot en met 2 augustus in het Zwitserse Bazel: The First Homosexuals – The Birth of New Identities 1869–1939.

Het museum toont een brief die de Hongaarse schrijver Karl Maria Kertbeny in 1869 aan de Duitse advocaat Karl Heinrich Ulrichs schreef. Die leefden in een tijd waarin mensen van hetzelfde geslacht elkaar in een groot deel van Europa niet ongestraft konden liefhebben. Over de door hem geïntroduceerde term wordt bijna anderhalve eeuw later nog steeds nagepraat.

Tijdens WorldPride Amsterdam (25 juli–8 augustus) is er een rijk aanbod aan queerexposities, maar The First Homosexuals zou daarin niet hebben misstaan. Met schilderijen, foto’s en sculpturen uit de periode 1869-1939 verbeelden homoseksuelen (in de brede zin van het woord) zichzelf en hun omgeving, vaak in codetaal. Zo hinten de viooltjes op het schilderij Contre-jour (1888) van Marie-Louise-Catherine Breslau, waar twee vrouwen keuvelen, op een liefdesrelatie.

Als het om queerkunst gaat, kunst gemaakt dóór en/of óver lhbtiq’ers (over de definitie is geen consensus) is The First Homosexuals een van de favoriete tentoonstellingen van Martijn van Nieuwenhuyzen, directeur van De Pont Museum in Tilburg, maar ook de man achter From the Corner of the Eye. In deze baanbrekende tentoonstelling uit 1998 in het Stedelijk Museum Amsterdam verbeeldden veertien (later deels doorgebroken) jonge kunstenaars de homoseksuele cultuur.