Landen die al een verbod op gedwongen arbeid hebben ingevoerd, krijgen volgens de aankondiging het lagere tarief van 10 procent opgelegd. Dat geldt voor onder andere Canada, de EU en het Verenigd Koninkrijk. Andere landen, zoals China en Japan, krijgen te maken met het hogere tarief van 12,5 procent.
De nieuwe importheffingen zouden gelden vanwege de vermeend lakse handhaving van het verbod op dwangarbeid. De VS leverde hier verder geen bewijs voor. De producten uit de getroffen landen zouden 99,4 procent van de Amerikaanse import vertegenwoordigen.
De Europese buitenlandchef Kaja Kallas trekt de beweegredenen van de VS in twijfel. Ze noemde de beschuldigingen over tekortkomingen in de Europese wetgeving tegen gedwongen arbeid ongegrond. "Dat kun je van de Europese Unie simpelweg niet zeggen", zei Kallas bij de ASEAN-bijeenkomsten in Manilla tegen persbureau Reuters.
"Als je onze arbeidswetgeving vergelijkt met die van de Verenigde Staten: wij hebben betaalde vakanties en uitstekende arbeidsomstandigheden voor onze werknemers. Het slaat dus eigenlijk nergens op", voegde ze eraan toe. Kallas liet weten dat de EU om opheldering zal vragen.
Leiders en ministers van verschillende landen hebben verbaasd en boos gereageerd op de nieuwe importheffingen. De Nieuw-Zeelandse premier Christopher Luxon noemde de heffingen "buitengewoon teleurstellend". "Het Amerikaanse onderzoek heeft geen belangwekkend bewijs opgeleverd om de beweringen over gedwongen arbeid te onderbouwen", schreef hij op X.














