„Het belangrijkste is dat ik nog vrij ben”, zei de Russische oppositiepoliticus Boris Nadezjdin afgelopen weekend voor de rechtbank in Moskou. Volgens de rechter had Nadezjdin zich schuldig gemaakt aan het verspreiden van „extremistische symbolen”, omdat hij recent een filmpje deelde waarin tien seconden lang de beeltenis van de in 2024 vermoorde oppositiepoliticus Aleksej Navalny te zien was.

Enkele dagen eerder hadden de autoriteiten Nadezjdin (63) gebrandmerkt als „buitenlands agent”, het label waarmee regime-critici monddood worden gemaakt, en werd hij kortstondig gearresteerd. De rechter gaf hem een minimale boete van 1.000 roebel (omgerekend 11 euro), maar dat is voldoende om de politicus vleugellam te maken.

De campagne tegen Nadezjdin heeft alles te maken met zijn kandidatuur voor de parlementsverkiezingen in Rusland op 18, 19 en 20 september. De eerste Doema-verkiezingen sinds de grootschalige invasie van Oekraïne staan onder hoogspanning. „De autoriteiten vrezen kennelijk dat er een Nadezjdin in de Doema komt, die zegt dat de oorlog beëindigd moet worden en Rusland terug moet naar normaliteit”, zei hij na het vonnis tegen Deutsche Welle.

Als kandidaat voor de presidentsverkiezingen kreeg Nadezjdin in 2024 veel aandacht. Terwijl Navalny stierf in gevangenschap, wist Nadezjdin met een campagne voor vrede en veiligheid tienduizenden Russen op de been te brengen. Net als afgelopen week werd hij uitgesloten van deelname. Bovendien verliest hij als „buitenlands agent” het recht om zijn beroep als docent uit te oefenen en daarmee zijn inkomen.