‘Mag ik meer water? En ijs, in m’n nek!”. Onder de in een trainer vastgezette fiets van Daan Hoole ligt al een plas zweet. Voor hem blaast een ventilator waterdruppels zijn richting op, een partytent blokkeert de zon en om zijn bovenlijf hangt een oranje koelvest. Maar dat alles is niet voldoende om de Nederlandse renner van de Franse ploeg Decathlon tijdens zijn warming-up koel te houden. Nog 25 minuten tot de start.
De dag van een tijdrit oogt voor de buitenstaander zo simpel. De renner komt met de ploeg naar de startplaats, doet een warming-up, rijdt zijn tijdrit, fietst nog even uit en kan met de benen omhoog. Het tegendeel is waar, zegt Stephen Barrett, de Ierse hoofdcoach van Decathlon. „Het mag dan wel de kortste inspanning zijn van de hele drie weken, het is voor de ploeg de langste dag vanwege alles dat erbij komt kijken.” Voor de individuele tijdrit heeft de ploeg een dik, voor elke renner gepersonaliseerd, draaiboek klaarliggen. Zo ook voor Hoole.
De vroege ochtendDe benen wakker schudden zit er niet in
Het door de Tourorganisatie aangewezen hotel van Decathlon zit in Voglans, op zo’n twee uur rijden van startplaats Évian-les-Bains. De mecaniciens en ploegbus zijn al om 5 uur vertrokken met de tijdritfietsen, hometrainers en ventilatoren om alles op tijd klaar te hebben staan voordat de renners komen.












