Het was de afgelopen jaren voer voor klimaatsceptici: na decennia waarin het arctische ijsoppervlak razendsnel kromp, nam dat tempo twintig jaar geleden onverwachts af, totdat er vorig jaar überhaupt geen significante trend meer te ontdekken was voor de periode van 2005 tot 2025. De cijfers kenden pieken en dalen, maar lieten geen overtuigend dalende lijn zien. Het smelten van de noordpool leek tot stilstand gekomen.

Maar inmiddels is aan die schijnbare pauze een einde gekomen. Afgelopen twee winters was de hoeveelheid ijs op de noordpool opnieuw een stuk kleiner dan eerdere jaren. Zo veel kleiner zelfs, dat weer gesproken kan worden van een dalende trend.

Dat blijkt uit een maandag verschenen studie in PNAS. Klimaatwetenschappers kijken naar periodes van twintig jaar om kortstondige schommelingen zo veel mogelijk uit te vlakken. Vanaf dit jaar is de daling over zo’n periode voor het eerst weer statistisch significant.

De afgelopen twee jaar zijn geen kortstondige uitzondering, blijkt bovendien uit modelberekeningen van de onderzoekers. Het ijsoppervlak op de noordpool zal ook de komende jaren waarschijnlijk klein blijven. De langdurig dalende trend blijft dus voorlopig in stand.

„Wat begin jaren 2020 leek op een pauze, blijkt nu een tijdelijke vertraging te zijn geweest binnen een langdurige daling”, zegt hoofdauteur Duo Chan, verbonden aan de universiteit van Southampton, in het begeleidend persbericht.