Maandag begint Andy Burnham (56) als premier van het Verenigd Koninkrijk. En de verwachtingen zijn laag. De vele premiers vóór hem – het waren er zes in tien jaar – hebben de welwillendheid van de Britse bevolking jegens hun politici zo’n beetje opgesoupeerd.
Tegelijk ligt hier een kans voor Burnham. Want normaal gesproken zijn de meeste Britten voorstander van geleidelijk beleid, van kleine stappen, rustig aan. Nu is hun geduld op en zouden ze graag snel verandering zien. „Dat verlangen naar radicale verandering is groter dan gebruikelijk. Ze geven hem hooguit een jaar de tijd om te leveren op de onderwerpen die zij belangrijk vinden”, zei Luke Tryl, directeur van denktank en onderzoeksbureau More in Common, in een online presentatie over Andy Burnham en nieuw onderzoek naar de publieke opinie over hem.
Ruim een maand geleden werd duidelijk dat Burnham de vertrekkende Keir Starmer zou opvolgen als partijleider van regeringspartij Labour, en dus als premier. Sindsdien hield Burnham een paar toespraken waarin hij vooral schetste wat volgens hem mis is in het VK, en kwamen er maar een paar hints naar buiten over nieuw beleid. Bijvoorbeeld dat hij een plan voor digitale identiteitsbewijzen, omstreden in het VK, weer intrekt en mogelijk weer meer boren naar olie en gas in de Noordzee gaat toestaan. De samenstelling van zijn kabinet wisten hij en zijn team in aanloop naar maandag ook bijna helemaal geheim te houden. Welke kant wil de nieuwe premier op met het VK?














