Vingegaard, die tweede stond in het algemeen klassement, ging op 22 kilometer van de finish onderuit en schoof tegen een stoeprand. De Deen greep direct naar zijn sleutelbeen en gaf op. Uit medisch onderzoek bleek later dat Vingegaard zijn sleutelbeen heeft gebroken. Daar wordt hij binnen enkele dagen aan geopereerd.
"Het is heel verdrietig om te zien", zei Pogacar. "Sinds 2021 hebben we altijd samen om de Tour-zege gevochten. Misschien hadden we in het begin niet de beste relatie, maar de laatste paar jaar zijn we respectvolle rivalen en ook een soort van vrienden. De Tour gaat zonder hem niet hetzelfde zijn."
Pogacar verwees ook naar de dopingcontroles voor hem en Vingegaard afgelopen nacht. "Misschien dat je door zo'n gebroken nacht toch wat minder concentratie hebt. Ik wil niet direct naar die nachtelijke controles wijzen, maar het zou misschien een verband kunnen hebben."
Maar ploegleider Marc Reef van Visma-Lease a Bike beweert dat de val van Vingegaard daar niets mee te maken had. "Ik denk dat we daar op dit moment niet over hoeven te speculeren", zegt Reef. "Jonas was er klaar voor vanochtend. Hij voelde zich ook goed tijdens de rit."
Volgens Reef werd de valpartij van Vingegaard mede veroorzaakt door een remmende motor. "Deze val kwam meer doordat de motor voor de groep hard moest remmen voor de bocht die er opeens was. Het was ook een gekke situatie in die bocht. Iedereen moest remmen, er ontstond een domino-effect en Jonas viel als eerste."












