Jonas Vingegaard kermt het uit van de pijn. Hij zit tegen een stoeprand op het asfalt, vlak na de bocht naar rechts op een rotonde. Marc Reef, de ploegleider van Visma-Lease a Bike, en de tourartsen staan er naast. Ze zien dat het mis is: vermoedelijk een sleutelbeenbreuk. Niet veel later stapt de Deen met een mitella om zijn rechterarm de doktersauto in. Op twintig kilometer voor het einde van de tweede Tourweek is de Tour voor de nummer twee van het klassement voorbij.
De val gebeurt juist op een moment dat zijn ploeg bezig is met een aanvalsplan. Ja, Tadej Pogacar is al de hele Tour dominant en ja, ook vandaag zal de kans klein zijn dat de Sloveense klassementsleider verslagen kan worden. Maar Visma wil zich niet zomaar gewonnen geven. En dus rijden ze met nagenoeg de hele ploeg op kop van de groep favorieten, in aanloop naar het Plateau de Solaison, de loodzware slotklim. Vingegaard, zegt ploegleider Reef later, had goede benen. Hij wilde voor de etappezege gaan.
Vier Visma-renners schieten ongeschonden over de omlaag lopende rotonde, maar Vingegaard niet. Hij glijdt zonder duidelijke oorzaak onderuit. Ploegleider Reef wenst hem voordat de ambulance wegrijdt sterkte, Vingegaard vertelt hem dat hij pijn heeft. Nog voordat de Belg Remco Evenepoel als eerste over de finish komt, voor Pogacar en zijn ploeggenoot Isaac del Toro, is de Deen door een röntgenscan gegaan in een medische truck in het dorp aan de voet van de klim. Een uur later volgt de uitslag: een gecompliceerde sleutelbeenbreuk waarvoor een operatie nodig is.










