Op een podium met vijf lege krukken doen oud-voetballer Rio Ferdinand en komiek Kevin Hart nog een poging de sfeer erin te houden. „Aan welke kant van de zaal zit Spanje? En Argentinië?” Vanuit de zaal klinkt gejoel. Op de achtergrond schittert de gouden wereldbeker vanuit een glazen vitrine. „Original trophy”, heeft de organisatie er voor de zekerheid bijgezet.
Tegenover zich zien de presentatoren een zaal afgeladen met voetbalfans. Uren hebben ze in de rij gestaan voor dit moment, vrijwel allemaal leggen ze het kijkend door de schermpjes van hun telefoon vast. Ze zijn de gelukkigen op dit Fantastic Fest, een vierdaags festival in New York, mede georganiseerd door wereldvoetbalbond FIFA. Lang niet voor alle bezoekers was plek bij deze grand finale.
De toegang – tot het festival, niet de finale – bedroeg omgerekend een kleine 75 euro. Daarvoor konden ze de hele dag langs stands van sportmerken lopen, shirtjes kopen, de opname van een podcast bijwonen of zien hoe bekendheden spelletjes tegen elkaar spelen. Voor zo’n 250 dollar (220 euro) konden ze op de foto met Kaká, oud-international van Brazilië. Grotere beroemdheden waren nog duurder.
Maar het hoogtepunt van het spektakel is nu, vanaf half zes in de grote zaal. Hier kunnen ze de bondscoaches van de finalisten Spanje en Argentinië aanschouwen, net als aanvoerders Lionel Messi en Rodri, en de Argentijnse doelman Emiliano Martínez. Maar voor het zover is, draait een dj eerst nog een paar liedjes en zijn er dansers. Na 35 minuten wordt de wereldbeker onthuld.













