Brazilië veroverde in 1958 de eerste van vijf wereldtitels. De sterspelers van het elftal waren de pas zeventienjarige Pelé en de onnavolgbare rechtsbuiten Garrincha. Maar vóór het WK in Zweden had de Braziliaanse staf een opmerkelijk advies gekregen over deze twee spelers, die later uitgroeiden tot absolute voetballegendes.

In aanloop naar het toernooi had de Braziliaanse voetbalbond voor het eerst een psycholoog ingeschakeld om de selectie te beoordelen. João Carvalhaes moest met intelligentietests en persoonlijkheidsanalyses bepalen welke spelers mentaal geschikt waren voor het hoogste podium.

Na de traumatische nederlaag tegen Uruguay op het WK van 1950 wilde Brazilië onder meer de mentale voorbereiding verbeteren en besloot de bond een psycholoog bij de selectie te betrekken. De resultaten vielen niet uit in het voordeel van twee toekomstige sterspelers.

Pelé werd door Carvalhaes als emotioneel onvolwassen beoordeeld. Volgens de psycholoog miste hij de mentale stabiliteit die nodig was om de druk van een WK aan te kunnen. "Pelé is duidelijk kinderlijk. Hij mist de noodzakelijke strijdlust."

Over Garrincha was het oordeel nog vernietigender. Hij zou onvoldoende verantwoordelijkheidsgevoel hebben, moeite hebben met discipline en zelfs niet intelligent genoeg zijn om ingewikkelde tactische opdrachten uit te voeren.