16 juli 1950 is in Brazilië een gitzwarte bladzijde in de sportgeschiedenis. 'De Goddelijke Kanaries' speelden de WK-finale tegen Uruguay in Maracanã, waar ze werden gesteund door bijna 200.000 toeschouwers.
Uruguay won tegen alle verwachtingen in met 2-1 en dompelde heel Brazilië in rouw. Decennia later wordt één man nog altijd als schuldige gezien: doelman Moacir Barbosa. Hij moest het trauma de rest van zijn leven met zich meedragen.
Brazilië had aan een gelijkspel tegen Uruguay genoeg om voor het eerst wereldkampioen te worden. De WK-finale bestond in 1950 niet uit één wedstrijd, maar de winnaar van een groep van vier landen werd de wereldkampioen.
Toen Friaça de Brazilianen kort na rust op voorsprong bracht, leek de titel binnen. Maar Uruguay kwam op gelijke hoogte via Juan Alberto Schiaffino. Elf minuten later vond het moment plaats waaraan Barbosa de rest van zijn leven werd herinnerd. De doelman verwachtte een voorzet van Alcides Ghiggia, maar werd compleet verrast: 2-1.
Als je de beelden bekijkt, is het moeilijk te zeggen of Barbosa echt in de fout ging. Maar de supporters in Maracanã dachten daar destijds anders over. De keeper kon het immense stadion pas uren na de wedstrijd verlaten, vermomd als kinderoppas.









