In een houten kast, pal achter zijn bureau, bewaart Ieuan Phillips een kartonnen doosje vol snippers kunststof. Ze zijn wit of deels gekleurd, glad of geribbeld – voor het ongetrainde oog een nauwelijks van elkaar te onderscheiden brei. Maar Phillips ziet meteen wat hij beet heeft als hij in het doosje grabbelt. Voor hem is dit, al zo’n vijf jaar lang, dagelijks studiemateriaal.

Hij houdt een flard van een stukgeknipte Adidas ‘Al Rihla’ omhoog, de officiële wedstrijdbal die werd gebruikt op het WK van 2022 in Qatar en waarmee Wout Weghorst gelijkmaakte in de kwartfinale tegen Argentinië. Dan toont hij een stukje van de volgens sommige voetballers zo onvoorspelbare ‘Jabulani’, de bal die Arjen Robben in de finale van het WK van 2010 op de teen van de Spaanse doelman Iker Casillas schoot.

Elk wereldkampioenschap heeft zijn eigen bal. En weinig mensen kunnen daar zo uitgebreid over vertellen als Phillips, wetenschapper aan de universiteit van Loughborough, een klein Brits stadje op een halfuur rijden ten noorden van Leicester. Zijn instituut voor sporttechnologie doet al bijna een kwarteeuw onderzoek naar de fysieke eigenschappen van de voetbal. Hoe hij stuitert, hoe hij vliegt, hoe hij van een voet krult – ze weten het hier allemaal.