Parijs bestaat uit twintig arrondissementen en die liggen ‘intra-muros’. Zo is het, sinds 1859, altijd geweest. De kritiek was dus niet van de lucht toen Macrons oud-minister Clément Beaune, nu ‘hoge commissaris voor strategie en plan’, onlangs adviseerde om de oude stad binnen die muren samen te voegen met de omliggende banlieuegemeenten. Voor bestuurders is Parijs al lang niet meer de relatief bescheiden stad van 2 miljoen inwoners op 100 vierkante kilometer. Zij dromen van een acht keer grotere metropool met liefst 7 miljoen mensen. Maar voor dit ‘Grand Paris’ moet eerst de fysieke en psychologische barrière van de Périphérique, de altijd drukke ringweg, worden geslecht.
Als dat ergens gelukt is, dan is dat in het noordoosten van Parijs langs het Canal de l’Ourcq. Niet zozeer via gemeentelijke herindelingen, maar dankzij de kunsten. Een tot enkele jaren terug tamelijk ruig industrieel gebied, dat in Parijs begint en tot ver buiten de stad langs het kanaal doorloopt, wordt daar stukje bij beetje getransformeerd tot culturele pleisterplaats. „Ons kanaal is een proeftuin voor ‘Parijs in het groot’, een plek die verbindt, inclusief is en creativiteit stimuleert”, ronkt de toeristische website van het samenwerkingsverband L’Ourcq. Er zijn podia, tentoonstellingsruimten, ateliers en galeries.







