Uitgestrekte, glooiende wegen. Bomen, hoge bomen. Veel dennen. Groen waar je maar kijkt. En toch ook: barsten in de bosgrond. Het is heet en droog in de Vesdervallei. Hoe anders was dat vijf jaar geleden, toen in twee dagen tijd, op 14 en 15 juli, hevige regenval onheil met zich meebracht. Op sommige plekken viel zo’n honderd à tweehonderd liter water per vierkante meter. De wolkbreuk eindigde in de Vesder, die al dat water niet aankon.

Waar de 72,5 kilometer lange rivier vandaag de dag kabbelt als een onschuldige bergbeek, kolkte de Vesder in 2021 woest. Tot ze in het holst van de nacht toesloeg als – wat inwoners destijds beschreven – „een tsunami”. Het water kwam zo’n twee meter hoog de vallei in, 39 mensen overleden. Sporen van vernieling troffen 209 van de 262 gemeenten in Wallonië. Duizenden voertuigen werden door het water meegenomen. Tonnen vuilnis stroomden het natuurgebied in. De schadeclaims die in de weken erna werden ingediend, waren goed voor ruim 2,4 miljard euro.

Al snel werd gespeculeerd over oorzaak en schuld. De stuwdam van Eupen – een van de twee dammen die stroomopwaarts in de vallei liggen – zou te laat zijn opengezet. Er zou te dicht op de rivier zijn gebouwd. Het is te wijten aan klimaatverandering, meenden sommigen schouderophalend.