Terwijl we net bijkomen van de code oranje vanwege zware onweersbuien, herdenken we over twee weken een gebeurtenis die liet zien wat heftig weer aan grote schade kan veroorzaken. Medio juli 2021 werd Limburg door hevige regenval getroffen door flinke overstromingen. Over de grens in Duitsland en België vielen zelfs tweehonderd doden. In Limburg was er ‘gelukkig’ door het overstromen van de Geul en Maas alleen materiële schade. Zevenhonderd woningen waren tijdelijk onbewoonbaar, honderden winkels, horeca en andere ondernemingen en instellingen leden ernstige waterschade.

Voor de bewoners en ondernemers was al snel de vraag: wie betaalt dit? Het antwoord was grotendeels: de overheid. De regering riep al heel snel de Wet Tegemoetkoming Schade in. Die werd in 1998 opgetuigd na de grote overstromingen in de jaren negentig. Het idee ervan: mensen moeten zich zoveel mogelijk zelf verzekeren tegen rampen, maar als dat niet voldoende is, dan is de WTS een vangnet.

Niet in de steek

Maar uit de afhandeling van Valkenburg bleek al snel, dat de WTS niet goed werkt. Veel inwoners met schade voelden zich uiteindelijk in de kou staan. De overheid had wel ruimhartigheid uitgestraald: demissionair premier Mark Rutte zei tijdens zijn bezoek daags na de overstroming „we zullen Limburg niet in de steek laten”.