Over twintig jaar zal het ijs hier verdwenen zijn, voorspelt Snævarr Gudmundsson op een zonnige dag. Hij staat aan een gletsjertong Fláajökull, onderdeel van IJslands grootste gletsjer Vatnajökull, en wijst het deel aan dat gaat verdwijnen. „In de hoop dat je je een voorstelling kan maken wat hier in de tong gebeurt: de afgelopen 130 jaar is er elke seconde een scheepscontainer aan ijs gesmolten.” Hij wijst naar een meer en daarna naar sneeuw in de verte. Zover is de grens inmiddels opgeschoven sinds hij begonnen is met meten, vijftien jaar geleden.
Als kind was Gudmundsson al gefascineerd door gletsjers. Hij ging liever de bibliotheek in om boeken over de ijskappen te lezen dan naar buiten om te spelen. Sinds 2013 werkt hij als glacioloog bij het South East Iceland Nature Research Centre, waarvan hij inmiddels directeur is.
Hij heeft de ochtend vrij gemaakt om uitleg te geven, zowel bij de uitloper van de gletsjer als vanachter zijn computer in zijn kantoor in Höfn waar hij aan de hand van modellen de gevolgen van klimaatverandering laat zien. IJsland heeft zeven grote gletjsergebieden waarvan het grootste in het midden van het eiland ligt. In de jaren zeventig waren de ijskappen op hun grootst in die eeuw, maar al wel veel kleiner dan eind 19e eeuw.







