Het zit in frambozen, zelfbruiners én in de ijskoude diepte van de interstellaire ruimte: erythrulose. Astronomen vonden de unieke vingerafdruk van deze suikermoleculen rond het hart van het Melkwegstelsel.
De onderzoekers van het Spaanse Centrum voor Astrobiologie ontdekten de suikermoleculen in gaswolk G+0.693−0.027, op bijna 27.000 lichtjaar van ons, zo schrijven ze in Nature Astronomy. Ze vonden daar een grote aanwezigheid van deze moleculen met twee zeer gevoelige radiotelescopen in Spanje, bij Guadalajara en Granada, door de heel specifieke golflengte van het molecuul te detecteren.
Suikermolecuul erythrulose zit in rode frambozen, en wordt gebruikt in zelfbruiners om de huid te kleuren: het reageert met de aminozuren in de eiwitten in de bovenste laag van de huid, waarbij melanoidines ontstaan die de huid tijdelijk bruin kleuren – vergelijkbaar met een steak in de pan.
Erythrulose kan onder de juiste omstandigheden ook een ingrediënt voor ribonucleotides zijn, de bouwstenen voor wat wordt gezien als het eerste genetische materiaal, rna. Maar hoe die essentiële legoblokjes op de primitieve (prebiotische) aarde terecht kunnen zijn gekomen is nog niet duidelijk. Astronomen vonden eerder al suikers in ruimteobjecten, zoals op asteroïde Bennu waar in 2020 monsters van werden genomen door NASA-sonde OSIRIS-REx. En in 2023 werd het eveneens voor leven essentiële aminozuur tryptofaan in een sterrenwolk ontdekt. Dat kan erop wijzen dat de basisingrediënten voor leven ooit vanuit de ruimte op aarde zijn neergeregend. De nieuwe ontdekking maakt die route aannemelijker en, zo schrijven de Spaanse onderzoekers, zo kan er hier én op andere werelden heel goed leven zijn ontstaan.










