De Raad van State heeft „ernstige bezwaren” tegen het initiatiefwetsvoorstel om de Spreidingswet in te trekken, dat staat in het op maandag gepubliceerde advies. De onafhankelijke bestuursadviseur van de regering geeft een negatief oordeel over het wetsvoorstel van JA21, FVD, BBB, Groep Markuszower en Mona Keijzer om de Spreidingswet in te trekken.
De Spreidingswet geeft gemeenten de taak om locaties te vinden waar asielzoekers kunnen worden opgevangen. Elke gemeente heeft het aantal mensen dat het moet huisvesten voorgeschreven gekregen via een verdeelsleutel. Het doel van de wet is om een meer evenwichtige spreiding van asielzoekers over het land te regelen, waardoor de druk op gemeenten die veel asielzoekers opvangen minder moet worden en er minder gebruikgemaakt hoeft te worden van crisis(nood)opvanglocaties. De wet is sinds 1 februari 2024 van kracht.
Consistentie van wetgeving
De tegenstanders van de wet (JA21, FVD, BBB, Groep Markuszower en Mona Keijzer) wilden de wet laten intrekken omdat deze volgens hen de „politieke aandacht” te veel verschuift naar asielopvang, in plaats van het beperken van de hoeveelheid mensen die in Nederland asiel aanvragen. Verder, zeggen de tegenstanders, zorgt de Spreidingswet voor een „verregaande inperking van de gemeentelijke autonomie”. Gemeentes zouden niet meer de vrijheid hebben om gehoor te geven aan de wensen van de bevolking. Daarmee doelen de indieners van de terugtrekking waarschijnlijk op de onrust die in een aantal gemeentes is ontstaan na de aankondiging dat een asielzoekerscentrum (azc) zou worden geopend of zou worden uitgebreid.









