Op twee kilometer onder de top van de Tourmalet is het gedaan met de spanning in de Tour de France. In de zesde etappe, afgelopen donderdag van Pau naar het bergdorp Gavarnie-Gèdre in de Pyreneeën, was Tadej Pogacar drie kilometer eerder gedemarreerd. Weg was hij, maar zijn rivaal Jonas Vingegaard weet de achterstand te beperken. Acht seconden, tien seconden. Slechts zeventig meter bedraagt het gat. Manmoedig trapt Vingegaard door.

En dan, met nog twee kilometer te gaan, breekt hij. Pogacar begint uit te lopen. Vijftien seconden. Twintig seconden. Bovenop de Tourmalet bedraagt zijn voorsprong een halve minuut. In de afdaling pakt Pogacar er nog eens dertig seconden bij. Bij de aankomst in Gavarnie-Gèdre is het verschil opgelopen 2 minuut en 42 seconden. Achter de finish ziet Vingegaard het verschil op het uitslagenbord, leunt over zijn stuur en weet: ik ben geklopt.

Er is veel gebeurd in de eerste week van de Tour de France. Een ploegentijdrit nieuwe stijl in Barcelona. Twee opeenvolgende sprintzeges van de Belg Tim Merlier. Een Noorse geletruidrager die moest afstappen wegens een ongelukkige val in een afdaling. Een prachtige ritzege van Mathieu van der Poel. En dat allemaal in de verzengende hitte, waardoor het water niet is aan te slepen in het peloton.