Hoe staat het eigenlijk met de veelgeprezen ‘Europese waarden’? Redenen genoeg, deze week, om die vraag te stellen.
De Zwitsers-Italiaanse voorzitter van de FIFA trekt op verzoek van president Trump de rode kaart van een Amerikaanse voetballer in. Marine Le Pen, een Franse extreemrechtse eurosceptische politica, wordt in hoger beroep veroordeeld voor de grootste fraudezaak die het Europese parlement ooit heeft meegemaakt en stelt zich toch kandidaat voor het presidentschap omdat kiezers voor haar de echte rechters zijn: „De Fransen zullen het laatste woord hebben.” De publieke omroep in Hongarije blijkt in de Orbán-tijd dagelijks e-mails van ministers te hebben gekregen met instructies over welk nieuws ze wel en niet mocht brengen. En nu Israël en Amerika opnieuw Iran bombarderen, klagen Europese burgers niet over mensenrechtenschendingen maar over hoge brandstofprijzen.
Lees daarom vooral de toespraak die Koen Lenaerts, president van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, midden juni hield voor rechtenstudenten in Leiden. Dat verhaal gaat over Europese waarden en de fundamentele plek die zij innemen in het Europese rechtssysteem.
Lenaerts begint met de vraag: „Is er ruimte voor een dictatuur in Europa die media de mond snoert, minderheden discrimineert, vrouwen vertelt dat ze bestaan om kinderen te baren en het hele nationale systeem met de scheiding der machten omvergooit door, bijvoorbeeld, onafhankelijke justitie te ondermijnen?”













