Als je ministers en staatssecretarissen vraagt hoe het eigenlijk gaat in het kabinet, gaat het al snel over de pubquiz. Het gebeurde dit voorjaar in de kelderkroeg van het ministerie van Defensie. Staatssecretaris Heleen Herbert (CDA, Economische Zaken) was die avond de aanjager. De kabinetsleden kregen de vraag wie de beste smartlappen zingt. Of wie het vaakst verhuisd was. Minister Mirjam Sterk (CDA, Langdurige Zorg) en staatssecretaris Judith Tielen (VVD, Onderwijs), wonnen. De prijs was een pluchen treinknuffel, met drie coupés.
Onderling hebben ze het goed, de leden van het kabinet-Jetten, van D66, VVD en CDA. In de ministerraad wordt weer gelachen, in tegenstelling tot het vechtkabinet-Schoof (PVV, VVD, NSC en BBB). Er is een sportclubje op vrijdagochtend, er was een barbecue met partners en kinderen. Het verbaast sommige geharnaste bewindslieden een beetje. „Een prettige bubbel”, omschrijft iemand het kabinet. „Precies zoals het in de normale wereld gaat”, zegt iemand anders.
Vijf maanden geleden eindigde een totaal mislukt politiek experiment, een kabinet dat startte met de uiterst rechtse PVV. Een nieuw experiment begon: een kabinet dat geen meerderheid in de Tweede of Eerste Kamer heeft, bij lange na niet zelfs. Deze keer zou het níet mislukken, zei de nieuwe premier, Rob Jetten.











