De laatste week van de Kamer voor het zomerreces zit erop. Het Tweede Kamergebouw is maandagmiddag nagenoeg leeg. Alleen een groepje Iraanse politici wordt rondgeleid.

Ik heb afgesproken met Kamervoorzitter Thom van Campen. Sinds hij de voorzittershamer heeft overgenomen van PVV'er Martin Bosma, heeft hij een doel: er moet een "kantinegevoel" in de Kamer komen. Een prettige omgang met elkaar, waarbij iedereen zich welkom voelt.

Als ik hem hierover spreek in zijn werkkamer, vraag ik hoe het ervoor staat met dat doel. "Het kan altijd beter", zegt hij.

Bij parlementariërs ontstaan goede onderlinge relaties vaak tijdens debatten in de commissiezalen en in de wandelgangen tijdens informele overleggen, maar ook door toevallige ontmoetingen in het Kamergebouw of bij een borreltje aan de bar.

Daarom laat Van Campen op bepaalde momenten, zoals afgelopen donderdag op de laatste Kamerdag voor het zomerreces, de bar van het ledenrestaurant langer openblijven. "Voor één of twee rondjes", zegt hij.