De zaak

Een Curaçaose vennootschap bood zonder vergunning in Nederland online kansspelen aan via de website Lala.bet. In 2023 had deze website 6 procent marktaandeel in Nederland; het jaar daarop 16 procent.

De Nederlandse Kansspelautoriteit gebood in 2024 de exploitant te stoppen. Datzelfde jaar ging de vennootschap failliet, maar een Costa Ricaanse partij had Lala.bet toen al overgenomen.

TOTO (legaal gokbedrijf, deels in handen van de Staat) begon in maart 2025 een civiele procedure tegen zowel de Costa Ricaanse exploitant als tegen de Curaçaose trustmaatschappij die de zaak had opgezet. Volgens TOTO was sprake van oneerlijke concurrentie en waren beide partijen en een aantal bestuurders aansprakelijk. TOTO vroeg de rechter om de gedaagden te verbieden illegale kansspelactiviteiten zoals die op Lala.bet op de Nederlandse markt aan te bieden of te faciliteren. Ook eiste TOTO een nader te bepalen schadevergoeding, en informatie om de uiteindelijke begunstigden en feitelijke beleidsbepalers te kunnen achterhalen en aan te spreken.

De exploitant liet in de rechtszaak verstek gaan. De trustmaatschappij betwistte onder meer dat zij wist van de illegale activiteiten van de exploitant.