Het is bij vlagen moeilijk te bepalen of Marleen Stikker enthousiast klinkt of vermoeid. Ze houdt zich al ruim dertig jaar intensief bezig met faciliteren en onderzoeken van online contact tussen mensen. En het ideale recept voor zulk contact is nog niet gevonden.
Stikker was in de jaren negentig ‘burgemeester’ van het eerste digitale stadsplein van Nederland, De Digitale Stad. Daar deden veel Nederlanders hun eerste ervaring op met een vorm van sociale media. Ze konden er zelf posten en reageren. Sindsdien is ze directeur van Waag Futurelab, een organisatie die al experimenterend onderzoekt hoe technologie kan bijdragen aan een gezonde democratie.
We spreken elkaar in het gebouw van Waag in Amsterdam omdat ik een socialemediaserver voor NRC wil beginnen: een online plek om contact te hebben met lezers.
In die zoektocht stuit ik op tal van vragen. Ik hoop van Stikker te horen wat ‘we’ inmiddels hebben geleerd over online contact. Van welke lessen kan ik profijt hebben?
Ze lacht en gooit eerst een plens water op de vragen om de verwachtingen te temperen. „Het lijkt alsof we terug bij af zijn. De vragen die 33 jaar geleden relevant waren, zijn dat nu nog steeds.”








