Zonder op het veld te staan trok Frankrijks beroemdste voetballer afgelopen december heel even weer een wedstrijd naar zich toe. Toen de camera de kale kruin van Zinédine Zidane vond, hoog in een loge van het Stade Moulay El Hassan in Rabat, en het beeld op het grote scherm verscheen, ging er een golf van idolatrie door het stadion. De duizenden Algerijnse supporters, die de tribunes voor de Afrika Cup-groepswedstrijd tegen Soedan groen-wit kleurden, hadden geen oog meer voor het veld. Aanwezigen stootten hun buren aan, zochten met hun blik omhoog de plek waar Zidane zat. Zelfs op de perstribune gingen de smartphones de lucht in. Met zoemende z’s zwol de vertrouwde koosnaam aan die Frankrijk hem ooit gaf. Zi-zou, Zi-zou, Zi-zou.
Het was ook een familiemoment: tussen de palen verdedigde zijn zoon Luca Zidane (27) op zijn eerste Afrika Cup het doel van Algerije, het land van zijn grootouders. Vader maakte Frankrijk in 1998 voor het eerst wereldkampioen. Zoon koos een ander pad.
Een paar maanden later hing Zidane, die na dit WK naar alle waarschijnlijkheid aantreedt als Frans bondscoach, aan de lijn bij een ander talent met een dubbel paspoort. Ayyoub Bouaddi (18), kroonjuweel van de Franse opleiding, droeg bij Jong Frankrijk de aanvoerdersband. Maar Marokko, het land van zijn ouders, trok aan zijn mouw. De Franse bond deed een beroep op Zidane om de tiener uit Marokkaanse armen te houden. De boodschap zou eerlijk zijn geweest: hij bewonderde hem, maar kon [nog] geen selectie beloven.















