Het toenmalige kabinet stelde in 2022 een richtlijn op waarmee buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) zich zo neutraal mogelijk moeten kleden. In het voorschrift staat dat boa's onder meer geen hoofddoek of keppeltje mogen dragen.

Maar het gaat hier slechts om een richtlijn. Gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor 'hun' boa's, hoeven zich daar dus niet aan te houden. En dat gebeurt ook niet overal: onder meer in Amsterdam, Utrecht en Tilburg hebben boa's de optie om gewoon religieuze uitingen te dragen.

In politiek Den Haag klinkt al jaren de roep om de kledingrichtlijn alsnog juridisch af te dwingen, zodat ook deze gemeenten zich daaraan moeten houden. David van Weel, die in het kabinet-Schoof ook al enige tijd justitieminister was, probeerde dat in 2025 te regelen door de bestaande wetgeving verder uit te werken in een zogenoemde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).

Maar volgens de Raad van State kon dat niet via een AMvB. Omdat de vrijheid van godsdienst ingeperkt wordt, moet er echt een aparte wet komen, zei het hoogste adviesorgaan van de overheid.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid liet eind vorig jaar al weten zo snel mogelijk met een aparte wet te komen. Dat wetsvoorstel ligt er nog niet, en het plan kwam ook niet in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA terecht.