Hoe zijn dag was? „Argh mate, fucking hard.” George Bennett wist het zweet van zijn gezicht en neemt nog maar een slok water. Zijn gezicht is gegroefd van de inspanning. Hij heeft net vijf minuten op een muurtje achter de finish gezeten om een beetje bij te komen.
Zeventig kilometer lang heeft Bennett op deze bloedhete dag in de ontsnapping gezeten, maar ze hebben het niet gered met elkaar. De reden volgens Bennett? Gebrekkige samenwerking, warmte, maar vooral: de eerzucht van Tadej Pogacar. Tot ieders verbazing heeft de viervoudig Tourwinnaar in de derde etappe de vlucht van de dag niet laten rijden. Hij wilde zelf winnen. En dat lukte. Hij nam ook nog eens de gele trui over van zijn rivaal Jonas Vingegaard.
Een mooi gezelschap was het, die kopgroep. Ze waren met z‘n achttienen. Bennett, de ervaren Nieuw-Zeelander, zat erin. Mads Pedersen, de beresterke explosieve klimmer uit Denemarken. En Alex Baudin, een getalenteerde Fransman die eerder dit jaar in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes al de gele trui droeg.
Op 122 kilometer van de aankomst waren ze weggereden, in de etappe die vanuit Spanje naar Frankrijk voerde, naar het wintersportdorp Les Angles in de Pyreneeën. Ze kregen drie minuten. De ontsnapping zou het vandaag gaan redden, zo was de verwachting bij de start. Het is nog vroeg in de Tour, dus Pogacar zou vast nog geen trek hebben in de gele trui. Veel te veel gedoe om die bijna drie weken lang te verdedigen.












