Tadej Pogacar is op jacht. Een voor een slokt hij de vluchters op, terwijl hij door een haag van mensen omhoog klimt naar de Alpe d’Huez. Een van die vluchters is Einar Rubio, een Spaanse renner van Movistar die de hele dag in de ontsnapping heeft gereden en onderaan de berg de kopgroep heeft moeten laten gaan. Voor hem moet de ploegwagen van Pogacars UAE plots hard remmen door onoplettende fans op de weg. Rubio botst met zijn gezicht op de auto voor hem. Het bloed druipt over zijn gezicht.

Zo gebeurde waar renners vooraf voor vreesden. De dubbele aankomst op de iconische Alpe d’Huez, vrijdag en zaterdag, had de potentie om zowel een groot feest te worden als op een drama uit te lopen. Voor de meeste Tourdeelnemers werd het het eerste, voor Rubio niet. De nummer 27 van het algemeen klassement haalt de finish niet.

De Belg Remco Evenepoel, de nummer twee in het klassement, vond het eerder in de week al „angstaanjagend” hoe smal het op sommige stukken op de Alpe zou zijn. „Ze zouden er goed aan doen vanaf de voet touwen op te hangen, en dan in de laatste vijf kilometers hekken.” Richard Plugge, ploegbaas van Visma-Lease a Bike, opperde in meerdere media de introductie van een entreeprijs op populaire aankomsten als de Alpe d’Huez, om zo de toeschouwersstroom in te dammen.