Schrijfster Connie Palmen ontvangt voor haar literaire oeuvre de Constantijn Huygens-prijs 2026. De jury, die de bekroning deze maandagavond bekendmaakte, roemt in Palmen „het zeldzame talent om in geserreerde taal scherp en hartstochtelijk te schrijven over filosofie, liefde en vriendschap” en prijst haar „eigenzinnige stem en onverschrokken intellect”, waarmee zij reflecteert „op existentiële vragen over menszijn”. Bij de Constantijn Huygens-prijs, die jaarlijks wordt toegekend aan een literair auteur, hoort een geldbedrag van 12.000 euro.
Het oeuvre van de nu 70-jarige Palmen bestaat uit zes romans en een novelle, evenals filosofie en essayistiek – haar zevende roman staat op stapel voor verschijning in september. Ze is momenteel ook een van de beroemdste literair auteurs van Nederland, wat eveneens door de jury geprezen wordt: „Zowel haar werk als haar publieke optredens getuigen van haar onvoorwaardelijke loyaliteit aan de literatuur en maken haar tot een beschermvrouw van onze letteren.” Dat is een veelzeggend en terecht compliment: Palmens literaire verdienste hangt nauw samen met haar roem.
Stormachtig debuut
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 1955) debuteerde stormachtig: haar De wetten (1991) was een sensatie. Na de jubelende NRC-bespreking van – destijds zeer ongewoon – een vrouwelijke debutant van eigen bodem rees haar ster snel. De roman was „op z’n zachtst gezegd, een opmerkelijk boek”, schreef de krant, en ging over een jonge filosofe die in een reeks relaties met onderling sterk verschillende mannen „op zoek is naar de regels (‘de wetten’) die aan ons bestaan ten grondslag liggen”. Zo wist Palmen zich, bedoeld of onbedoeld, meteen te positioneren als schatplichtig aan eerbiedwaardige tradities, van literatuur en filosofie, én als hedendaags, eigenzinnig en relevant voor een groot (literatuurminnend) publiek.






