De muziek van Spiro kenmerkt zich door meeslepende, dramatische refreinen met een opvallend doorleefd stemgeluid voor een twintigjarige. De nummers, opgenomen met een orkest, zijn doordrenkt van jarenzestignostalgie. Dat is geen toeval. Spiro groeide op met de muziek uit haar vaders jeugd: Nina Simone, Frank Sinatra, Aretha Franklin, Marvin Gaye, Teddy Pendergrass. "Daar is mijn liefde voor muziek begonnen en daar luister ik vandaag de dag nog steeds veel naar", vertelt ze aan NU.nl.

Het duurde wel even voordat Spiro vol voor deze sound durfde te gaan. "Ik voelde me niet cool vanwege de muziek die ik wilde maken", blikt ze terug. "Ik keek te veel naar andere artiesten die ik cool vind en probeerde te doen wat zij doen. Een paar nummers die ik als tiener uitbracht, waren niet authentiek. Daar prikken mensen doorheen. Ik probeerde mijn muzikale achtergrond te negeren, maar zodra ik dat begon te omarmen, werd het makkelijker."

Toen ze haar eigen geluid zelf had omarmd, kostte het ook nog moeite om haar plek te vinden in de muziekindustrie, zeker op haar jonge leeftijd. "Ik heb hard gevochten voor wat ik wil maken. Het is moeilijk om nee te blijven zeggen als mensen je proberen over te halen dingen te doen die je niet wil. Gelukkig ben ik een koppig persoon. Soms zit me dat weleens in de weg, maar in de muziekindustrie heeft het me geholpen. Daardoor heb ik mensen om me heen verzameld die om mij en mijn muziek geven."