Tot die conclusie komen onderzoekers van het International Institute for Strategic Studies in een rapport. Volgens de onderzoekers wilde het Kremlin met de prikacties uitvinden hoe lang het duurde voor de autoriteiten in actie kwamen en of er blinde vlekken zaten in de radardetectiesystemen en in de luchtverdediging. De onderzoekers telden tussen augustus 2024 en februari 2026 in totaal 144 dronewaarnemingen, waaronder in Nederland.
Het rapport meldt dat er in november en december 2025 boven Nederlandse vliegbases negen drone-incidenten waren. In Duitsland waren het er 58, onder meer boven de basis Ramstein, bij de BASF-fabriek en een LNG-terminal bij Hamburg. België meldde 25 incidenten, Denemarken 16 en ook andere Europese NAVO-landen maakten melding van drones.
Op 21 november werden tot tien drones gezien boven Volkel. Vanaf de grond zette luchtmachtpersoneel wapens in tegen de drones, maar die werden waarschijnlijk niet uitgeschakeld. Er zijn geen brokstukken gevonden. Op de basis liggen waarschijnlijk Amerikaanse kernbommen van het type B61-12 opgeslagen. Het is ook de thuisbasis van een deel van de Nederlandse F-35-gevechtsvliegtuigen.
Vanuit Russisch standpunt was de dronecampagne een succes, betogen de opstellers van het rapport, omdat die aan het licht bracht dat er geen eenheid van aanpak is geweest tussen de verschillende NAVO-landen. Ze noemen het "de zichtbare kloof tussen militaire capaciteit en politieke wil om op te treden".












