Studenten in het mbo, hbo en wo die stage lopen voor hun opleiding, krijgen een vergoeding. Dat wordt wettelijk vastgelegd, zonder een minimumbedrag voor de stagevergoeding voor te schrijven. Sectoren en stagebedrijven krijgen de verantwoordelijkheid zelf „passende” afspraken te maken over de hoogte. Als die afspraken niet voldoen, bijvoorbeeld als de vergoedingen heel laag blijven, wordt later mogelijk alsnog een minimumbedrag voorgeschreven.
Dat schrijft minister Rianne Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) aan de Tweede Kamer. Zo geeft ze invulling aan de wens van de Kamer en het kabinetsvoornemen om ervoor te zorgen dat iedere student recht krijgt op een stagevergoeding. Die is vaak al wel gebruikelijk in het hoger onderwijs, maar wordt vooral in het mbo vaak niet gegeven. De verplichting om stagiairs te vergoeden, gaat niet gelden voor korte of buitenlandse stages.
In het coalitieakkoord stond ook dat het kabinet de mogelijkheid van een stagefonds gaat onderzoeken voor sectoren met personeelstekorten
De Kamer nam afgelopen oktober een motie aan waarin de regering werd verzocht voor de zomer van 2026 de „contouren van een wetsvoorstel” over een verplichte stagevergoeding naar de Kamer te sturen. VVD, FVD en JA21 stemden tegen de motie.










