De kinderopvangsector kampt al jaren met grote personeelstekorten. Sommige ouders belanden maandenlang op een wachtlijst voordat hun kind ergens terechtkan. Bij ziekte van medewerkers moeten groepen soms dicht. Daarom is in 2022 een tijdelijke maatregel in het leven geroepen waardoor het personeelsbestand voor de helft uit bepaalde mbo-studenten mag bestaan.
Minister Thierry Aartsen (Participatie en Werk) verlengt die maatregel vandaag met twee jaar. "Dat geeft kinderopvanglocaties meer flexibiliteit tijdens pauzes, verlof of bij ziekte van personeel. Daardoor hoeven ze minder vaak groepen te sluiten." Toch maakt hij de maatregel niet permanent, vanwege "een discussie in de sector", zei hij donderdag in de Tweede Kamer.
Betrokken organisaties schreven de minister een brandbrief over de maatregel, die in hun ogen onverantwoord is. Ouderorganisatie BOinK, beroepsgroep PPINK en vakbonden maken zich zorgen over de kwaliteit van de kinderopvang, de veiligheid op de groep en de werkdruk voor de gediplomeerde pedagogisch medewerker.
"We weten niet goed welke gevolgen dit heeft", zegt bijzonder hoogleraar Pauline Slot, die onderzoek doet naar de kwaliteit van de kinderopvang. "Het is onbekend of de beroepskracht in opleiding (bio, red.) genoeg kwaliteit biedt." Uit een ouderpeiling van BOinK blijkt dat onder bijna de helft van 534 ouders het vertrouwen in de opvang afneemt als er meer leerlingen werken.









