De daling volgt op een piek in april, toen de index het hoogste niveau in drie jaar bereikte. Die stijging kwam vooral door de oorlog in het Midden-Oosten en de sluiting van de Straat van Hormuz, die tot hogere energie- en meststofkosten leidden.
Ook de graanprijzen liepen destijds op, deels door verwachte tegenvallende oogsten in grote graanlanden als de Verenigde Staten.
Sinds het voorlopige staakt-het-vuren tussen de VS en Iran en de heropening van de Straat van Hormuz zijn de zorgen over verdere verstoringen van internationale toeleveringsketens afgenomen. Dat is terug te zien in de dalende voedselprijzen van afgelopen twee maanden.
De index staat nu 1,7 procent hoger dan een jaar geleden, maar ligt nog altijd bijna 19 procent onder het recordniveau van maart 2022, kort na de Russische inval in Oekraïne. Toen bereikte de index zijn hoogste punt ooit (bijna 160 punten).
Nu staat de index op ongeveer 130 punten. Het eten is dus goedkoper geworden ten opzichte van die uitzonderlijke piek, al blijft het wel duurder dan vóór 2022.









