WRAGH-WRGH-WRGH-WRGH-WRGH!
Daar is-ie dan. De grommende piratenlach klinkt even ontwapenend als angstaanjagend. Alsof iemand een kruiwagen met grind leeg kiepert. Maar het kan net zo goed een doodsrochel zijn tijdens een fatale hoestbui.
Dat gebeurt er nu eenmaal met je keel en luchtwegen wanneer je als tiener begint met kettingroken en er vervolgens decennialang alle mogelijke soorten drank en drugs doorheen jaagt. Het heeft van de hinnikende held in kwestie, Keith Richards (82), het toonbeeld van rebellie en onverwoestbaarheid gemaakt. Maar boven alles is ‘Keef’ de briljante gitarist en het creatieve genie van (een van) de (twee) belangrijkste band(s) uit de geschiedenis van de rock-‘n-roll: The Rolling Stones.
Hij mag dan inmiddels voorbij de tachtig zijn, volgens zijn eigen berekeningen is Richards veel ouder. „Jarenlang sliep ik gemiddeld twee keer per week”, bekende hij in zijn goudeerlijke autobiografie Life (2010). „Dat betekent dat ik minstens drie levens lang bij bewustzijn ben geweest.”
In dat boek verklapte hij ook waarom hij in tegenstelling tot zoveel generatiegenoten en latere tragisch gesneuvelden niet vroegtijdig het loodje legde. Dat was een kwestie van zelfbeheersing en zorgvuldig doseren. „Mensen denken dat ze higher worden als ze meer nemen, maar zo werkt het niet.” Met heroïne stopte hij in 1978, met cocaïne in 2006 (na een val uit een palmboom en de daaropvolgende hersenchirurgie). Zeven jaar geleden rookte hij zijn laatste sigaret.











