Zuig, zuig, slik. „Dát was een slokje melk.” In een bed op klossen ligt Dana Gierspeck (33). In haar armen: Ziva Lou van één dag oud. Op woensdagochtend 1 juli om kwart over vijf ’s ochtends geboren, haar moeder bereikte nèt op tijd het bevalbad in de zitkamer, haar vader was nog bezig het te vullen. De afspraak met borstvoedingsexpert Teddy Roorda (62) was weken geleden al gemaakt en zij staat nu naast het bed te kijken of en hoe de baby drinkt. „Stevig tegen je aanduwen, laten aanhappen en druk houden.”
Bij de vorige bevalling, zegt Dana Gierspeck, werd de baby al op haar borst gelegd terwijl de verloskundigen haar nog aan het hechten waren. „Van het begin af aan ging het verkeerd.” Dochter Maeve (bijna 3) heeft ze uiteindelijk anderhalf jaar borstvoeding gegeven, maar toen was ze wel een borstontsteking, een ziekenhuisopname, drie lactatiekundigen en vijf maanden pijn verder. Teddy Roorda had ze op Instagram voorbij zien komen, en dit keer gunde ze zichzelf, zegt ze, een consult aan huis. (243 euro inclusief reiskosten).
Het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is om baby’s de eerste zes maanden borstvoeding te geven en niets anders. Borstvoeding is goed voor het immuunsysteem, de kans op obesitas, oorontsteking en astma wordt er kleiner door. Maar woensdag verscheen er onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) waaruit bleek dat in borstmelk pfas zit. Pfas is een verzamelterm voor chemische verbindingen die ervoor zorgen dat schoonmaakmiddelen, regenjassen en speelgoed vet- en vuilafstotend zijn. Pfas komt in de bodem voor, in drinkwater, in voedsel en dus ook in mensen – en dat is te meten in het bloed en in moedermelk.








