Moedermelk bevat in een op de vijf gevallen te veel PFAS. Dat concludeert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) woensdag na grootschalig onderzoek in samenwerking met het Amsterdam UMC en de VU Amsterdam.
Het RIVM onderzocht moedermelk van 1.629 vrouwen uit heel Nederland op PFAS, een verzamelterm voor een reeks chemische verbindingen die nauwelijks afbreken. Het gezondheidsinsituut onderzocht 29 verschillende PFAS, waarvan PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS veruit het vaakst werden aangetroffen.
Moeders geven de chemische stoffen met borstvoeding door aan de baby. Elk van de monsters bevatte PFAS. In het overgrote deel van de gevallen – 82 procent – bleef de hoeveelheid onder de risicogrens. In de overige gevallen gaat het om hogere concentraties, die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
De resultaten waren geen grote verrassing, zegt Majorie van Duursen, hoogleraar toxicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam, ook betrokken bij het onderzoek. Het RIVM concludeerde vorig jaar al dat nagenoeg alle Nederlanders te veel PFAS in hun bloed hebben.
Toch noemt ze de uitkomst „confronterend”. „Het is bekend dat PFAS wijdverspreid zijn. We weten dat de stoffen overal zitten, in de lucht, in de bodem, in het water. Maar dit onderzoek laat opnieuw zien dat PFAS ook in ons lichaam zitten. We worden blootgesteld aan schadelijke chemische stoffen, die niet afbreken. Dat is een onwenselijk iets.”






