Op een korte onderbreking na van vier jaar heeft het leven van Ted Brandsen (Kortenhoef, 1959) zich de afgelopen 40 jaar afgespeeld op een vierkante kilometer rond Nationale Opera & Ballet, in de volksmond nog altijd de Stopera. Dagelijks was hij aanwezig, eerst als danser, later als artistiek directeur van Het Nationale Ballet. Met een agenda vol vergaderingen, lessen, repetities en voorstellingen. Honderden gesprekken voerde hij met choreografen en dansers, over hun wensen en ambities.

Na donderdag 2 juli laat hij het achter zich: het dwingende schema, de mensen, de verplichtingen. Maar ook: de dagelijkse onderdompeling in schoonheid. Na 23 jaar neemt hij afscheid als ‘baas’ van het grootste dansgezelschap van Nederland. Niet omdat hij wil – een paar jaar geleden nog maar zei hij dat hij ‘eruit geknuppeld’ zou moeten worden. De wet schrijft echter voor dat hij als werknemer van een rijksgesubsidieerde instelling op 67-jarige leeftijd met pensioen moet. „Dat voelde alsof ik werd weggestuurd. Ik had het me niet gerealiseerd en moest heel erg aan de gedachte wennen.”

Zijn reactie is, grappig genoeg, vergelijkbaar met die van dansers als zij te horen krijgen dat het na hun 38ste schluss is. Bij Het Nationale Ballet stond Brandsens handtekening onder die gevreesde brief. Hij was de man die ze heeft aangenomen, zien ontwikkelen of stagneren en uiteindelijk vertrekken, al dan niet uit vrije wil.