De avondklok en de maatschappelijke onrust die de coronamaatregelen teweegbrachten, zijn de hele week onderwerp van gesprek tijdens de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona. Woensdag komen oud-minister Ferd Grapperhaus en voormalig RIVM-directeur Jaap van Dissel langs.
OUD-MINISTER van justitie en veiligheidFerd Grapperhaus
Grote groepen Nederlanders verzamelden zich tijdens de lente van 2020 in parken, stranden, bij bouwmarkten en tuincentra. Daarmee lapten ze een verbod om in groep bijeen te komen, aan hun laars. Dat was „een slordige, laconieke en daarmee asociale manier van omgaan met maatregelen”, zei toenmalig minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA, 2017-2022) destijds op een persconferentie, omringd door premier Mark Rutte (VVD) en andere ministers.
Dat Grapperhaus daarbij een strenge blik opzette en een „schoolmeesterachtige toon” aansloeg, was een idee van het ‘crisisteam’. Dat probeerde, onder meer via sociale media en peilingen, de volkswil te vatten. Doel was de publieke opinie mee te krijgen, en dus ook in te spelen op de verontwaardiging die een deel van Nederland voelde over landgenoten die de regels overtraden.
Als minister van Justitie fungeerde Grapperhaus (66), die woensdag om 10.00 uur voor de parlementaire enquêtecommissie verschijnt, als de ‘handhavingsminister’. Onder meer de politie viel onder zijn hoede, die tijdens de pandemie soms hard ingreep om de maatregelen te handhaven. Daarbij lag te veel nadruk op repressie, stelde de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema maandag voor de enquêtecommissie. Interessant wordt hoe Grapperhaus naar dergelijke kritiek kijkt.










