Gaan investeerders en beleggers vanaf 1 januari 2028 in box 3 jaarlijks 36 procent belasting betalen over de waardestijging van hun vermogen, ook als hun aandelen nog niet zijn verkocht? Of wordt die belasting pas geheven wanneer de aandelen daadwerkelijk te gelde worden gemaakt? Of kiezen kabinet en parlement uiteindelijk toch voor een andere oplossing?
Ook na een lange debatdag in de Eerste Kamer over de hervorming van box 3 is de gemiddelde belegger nauwelijks wijzer geworden. Sterker nog: gedurende het debat tekende zich een meerderheid af die een definitieve keuze tussen vermogensaanwas- of vermogenswinstbelasting wil uitstellen, in afwachting van nieuwe plannen van staatssecretaris Eelco Eerenberg (Fiscaliteit, D66).
In het wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer ligt en de box 3-heffing vanaf 2028 zou moeten regelen, staat de vermogensaanwasbelasting centraal: belasting over de jaarlijkse papieren waardestijging van vermogen. Voor investeringen in startende ondernemingen en vastgoed geldt een uitzondering; daar wordt pas belasting op geheven bij verkoop.
De Tweede Kamer stemde eerder al in met het wetsvoorstel voor deze aanwasbelasting. Pas daarna ontstond er grote maatschappelijke onrust over deze manier van belasten. Onder die druk verklaarde minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) dat het wetsvoorstel „terug naar de tekentafel” moest, waarmee hij de indruk wekte dat hij afscheid wilde nemen van het aanwascomponent. Die toezegging deed Heinen zonder te overleggen met de verantwoordelijk staatssecretaris, ambtenaren of de coalitie, meldde NRC toen.








