Jaren voordat Legally Blonde’s Elle Woods naar Harvard ging en de muizige populatie van de befaamde rechtenopleiding kleur gaf met haar zuurstokroze outfits en fluffy balpennen, deed ze hetzelfde op een middelbare school in Seattle. Althans, dat is wat de nieuwe prequelserie Elle ons nu vertelt. Elle volgt de blondine (Lexi Minetree) in haar tienerjaren, wanneer de familie Woods, na een chirurgische misser van Elle’s vader, van Los Angeles naar Seattle verhuist.

Behalve dat Seattle een stad is waar het altijd regent, volgens de serie, is het ook de geboorteplaats van grunge. Vandaar dat Elle de eerste dag op haar nieuwe school de enige leerling is die kleur draagt. Het maakt haar direct een outsider, wat flink wennen is voor iemand die eerder bovenaan de pikorde stond. Maar Elle zou Elle niet zijn, als ze de boel uiteindelijk niet naar haar hand weet te zetten.

Elle vertelt daarmee min of meer hetzelfde verhaal als de films, alleen nu gehuld in een klassiek en beproefd Amerikaanse highschooljasje. Zo heb je het populaire meisje dat Elle het leven zuur probeert te maken, het eigenzinnige klasgenootje met wie Elle klikt – ondanks hun tegengestelde karakters – en twee knappe jongens van wie één de logische liefdesinteresse is, maar de ander stiekem de leukere optie blijkt.