Invaller Wout Weghorst ligt languit in de middencirkel. De armen voor zich uitgestrekt, het gezicht verborgen in het gras. Troosteloos door de vroege uitschakeling van het Nederlands elftal, na alwéér mislukte strafschoppenserie, ditmaal tegen Marokko. Verdediger Denzel Dumfries loopt langs en legt een hand op zijn rug.
Even verderop heeft middenvelder Quinten Timber zich op handen en knieën laten vallen, hij blijft bijna een minuut zo zitten. Aanvaller Crysencio Summerville verbergt het gezicht in zijn shirt en huilt uit op de schouder van Lutsharel Geertruida – ze kennen elkaar uit Rotterdam-Zuid. Naast een van de doelpalen, voor de Oranje-aanhang, ligt doelman Bart Verbruggen. In zijn eentje, met de handschoenen voor de ogen.
Zo eindigt het WK voor het Nederlands elftal, maandagavond na een meeslepend gevecht in het Mexicaanse Monterrey. Uitgeschakeld door Marokko in de tweede ronde, nu het toernooi pas serieus begint. Terwijl het doel zoveel hoger lag. „De ambitie is wereldkampioen worden”, zei directeur topvoetbal Nigel de Jong van de KNVB begin mei in gesprek met media, waaronder NRC.
Een tweede plaats in 1974, tweede in 1978, tweede in 2010, derde in 2014. En dan: ‘2026: Oranje this is your year!’ Hoewel klein en laag bij de grond geplaatst, zijn de bordjes vanuit de spelersbus bijna niet te missen voor de Nederlandse internationals op de oprit naar het trainingscomplex in Kansas City, afgelopen weken het basiskamp.













