Het begon allemaal met een droom over zaad, zo’n 45 jaar geleden. De Deense Ole Schou was 27, studeerde bedrijfskunde en ontwaakte uit een droom waarin hij als een duiker onder het ijs van Antarctica zwom, met om zich heen een zwerm kleine, feloranje stippen die door het donkere water schoten. Eerst dacht hij dat het krill was, of kleine visjes. Maar toen hij wakker werd, wist hij zeker wat hij had gezien: sperma.

Schou, inmiddels 72, wijst naar een kleurrijk schilderij van twee bij twee meter in de hal van zijn kantoor in de Deense havenstad Aarhus. Licht- en donkerblauwe verfstrepen met kleine oranje sliertjes erin. Een donor maakte het kunstwerk ooit voor Schou, nadat hij vertelde over de droom die naar eigen zeggen zijn leven veranderde.

Het is een anekdote die Schou al decennia met zichtbaar genoegen oplepelt: door die ene droom raakte hij geobsedeerd door zaad. In de bibliotheek van Aarhus vroeg hij alle 168 wetenschappelijke publicaties op die destijds over sperma beschikbaar waren. Overdag studeerde hij voor zijn tentamens bedrijfskunde, ’s nachts las hij over cryotechnieken, onvruchtbaarheid, antisperma-antilichamen en dna-chromatinestructuren. Op zolder legde hij zijn eigen geslachtscellen onder de hobbymicroscoop die hij van zijn ouders had gekregen. Hun vriezer was tot de nok toe gevuld met potjes sperma waar Schou allerlei experimenten mee deed.