In een snikhete Van Nellefabriek staan ze op een rijtje, de gezichten van de vijf partijen die Rotterdam de komende vier jaren moeten besturen. Terwijl het publiek zichzelf koelte toewappert met flyers en waaiers doen op het podium de fractievoorzitters uit de doeken waar ze zich maandenlang voor terugtrokken in een gebouwtje van de gemeente in het Kralingse Bos.

Op de dag af honderd dagen na de gemeenteraadsverkiezingen presenteren Pro, D66, VVD, CDA en Volt een nieuw coalitieakkoord. Het document van 68 pagina’s, met als titel ‘Vaart maken’, belooft drie „doorbraken” voor de stad, met vergezichten voor hoe de stad er in 2050 dient uit te zien.

„De eerste doorbraak is alvast bereikt”, feliciteerde Tim Versnel (VVD) zichzelf. „We hebben laten zien dat VVD en Pro met elkaar kunnen samenwerken. Het kan wél.” Alle partijen wisten punten binnen te halen. Pro drukte onmiskenbaar haar stempel op het kopje wonen, de VVD op veiligheid, D66 toont zich tevreden met de mobiliteitsplannen.

Waar de vorige coalitie onder leiding van Leefbaar Rotterdam het akkoord opende met de aanpak van straatoverlast en wapengeweld, is duidelijk dat dit stadsbestuur andere accenten legt. De partijen beginnen over een socialere en groene stad, met plek voor iedere Rotterdammer, ook als ze minder geld hebben of nog maar kort in Nederland zijn.