‘Ik ben vandaag gekomen om u gratis te helpen met uw tuin”, zegt Son Cicilia tegen een kleine, oudere vrouw die op blauwe slippers in het hoge gras van haar tuin staat. „Is dat goed?” De vrouw knikt enthousiast, ze spreekt geen Nederlands maar haar is verteld wat Cicilia komt doen. „Dan ga ik meteen mijn spullen halen en beginnen.”

Hovenier Son Cicilia (42) doet het vaak: verwaarloosde tuinen begaanbaar maken voor mensen die dat zelf niet kunnen. Op deze zonnige aprilochtend is hij aan de slag in een door kweekgras overwoekerde tuin in Etten-Leur. Zijn bosmaaier is tot ver in de rustige wijk te horen. Uit de wildernis van brandnetels en Japanse duizendknoop komen een vermolmde schutting tevoorschijn, kapotte wasrekken, een paar roestige vouwstoeltjes.

Het is de tuin van Sideke, een uit Afghanistan gevluchte vrouw van eind zestig met reuma. Zij wil niet met haar achternaam in NRC. Haar Afghaanse vriendin Azita – haar achernaam is bij NRC bekend – had hovenier Cicilia geappt: „Hallo mijn vriendin woont in Etten-Leur. Kunnen jullie komen, zij heeft echt hulp nodig van iemand om de tuin schoon te maken. Zij is zelf oud en ziek en heeft niemand.” Een kennis van Azita komt voor Sideke tolken. Op de vraag waarom niemand haar met haar tuin kan helpen, antwoordt hij dat hij zelf een hernia heeft, „en de buren hebben hier allemaal hun eigen problemen”.