Ik kijk naar mijn plonzende kinderen en hun vriendinnetjes, in het zwembadje in onze achtertuin. Glimmende lijfjes die over elkaar heen buitelen. Onder water, boven water. Ze gillen en schateren. Hittevrij hebben ze.
De boodschap kwam dinsdag, tijdens een studiedag toen ze ook al thuis waren. We werden geacht de kinderen de rest van de week vanaf twaalf uur op te halen en vrijdag zelfs de hele dag thuis te houden vanwege de hitte. Ik zuchtte, net als mijn vrienden met schoolgaande kinderen. Hoe regelen we dit nu weer?
Er moet immers gewoon gewerkt worden. Ik werk grotendeels thuis, dus een oplossing is er eigenlijk altijd – ik verplaats werk naar de avonduren, of schrijf terwijl de kinderen zwemmen, zoals nu. Maar veel vrienden werken op een kantoor. Werkgevers zijn vaak flexibel, maar om op zo korte termijn nog iets te regelen is niet vanzelfsprekend. Dus is er in veel gekoelde kantoren in Nederland toch hittestress.
De kinderen vinden het geen probleem. Onze diepvries zit vol ijsjes en ze hebben dikke pret. Voor déze kinderen is het geen probleem, mijmer ik, terwijl ik aan kinderen in flatgebouwen denk. Aan kinderen die geen zwembadje en geen tuin hebben, maar óók naar huis gestuurd zijn. Wat doen die nu? De voetbalkooien en betonnen basketbalveldjes in de stad zijn bakovens.














