Aan het front is de strijd over het algemeen nog steeds een uitputtingsslag waar weinig beweging in zit. Volgens de denktank Institute for the Study of War (ISW) is Oekraïne erin geslaagd om het Russische lente-/zomeroffensief tot stilstand te dwingen. De Oekraïners voeren op verschillende plekken succesvolle tegenaanvallen uit. Dat neemt niet weg dat geen van beide kampen momenteel in staat lijkt om een echte doorbraak te forceren en de balans te doen kantelen.

Het ISW becijferde dat de Russen in de maand mei zo'n 40 km2 innamen, terwijl de Oekraïners ongeveer 280 km2 veroverden. Andere analisten komen met schattingen die daarvan verschillen, maar de algemene consensus is dat Oekraïne meer terreinwinst boekte dan Rusland. Die trend lijkt zich ook in juni te hebben doorgezet.

Een groot deel van de Russische opmars bestaat bovendien uit kleine groepen van infiltranten of saboteurs (vaak bestaand uit slechts drie tot vijf soldaten) die door de Oekraïense verdedigingslinies weten te glippen, en niet uit de grotere troepenbewegingen die nodig zijn om grondgebied veilig te stellen. Op papier gaat dat vaak door voor terreinwinst, maar het gewonnen stukje land kan relatief makkelijk worden teruggenomen door Oekraïne.