In het weekeinde waarin de Oekraïense krijgsmacht er voor het eerst in slaagde de massale Moskouse luchtverdediging te verzadigen, bracht president Volodymyr Zelensky in een toespraak nóg een „significant resultaat” naar buiten: langs de frontlinies waren in een etmaal méér Oekraïense „actieve operaties” geweest dan Russische.
In de ruim vier jaar sinds de grootschalige Russische invasie waren de Oekraïense strijdkrachten vrijwel uitsluitend in het defensief. Dit voorjaar is dat beeld aan het kantelen, constateren militaire analisten. „Er is veel gedaan dit jaar”, zei Zelensky zondagavond. „En de verschuiving van de balans in de acties op het slagveld is zichtbaar.”
Dat komt volgens Zelensky hard aan in het Kremlin, dat in februari 2022 zou zijn uitgegaan van een overval van hooguit een week op het buurland. Inmiddels duurt de ‘speciale militaire operatie’ al vier maanden langer dan de betrokkenheid van de Sovjet-Unie bij de Tweede Wereldoorlog.
Met de droneaanval in het weekeinde op Moskou toonde de Oekraïense Veiligheidsdienst dat de Russen zich ook in de zwaar beveiligde hoofdstad niet meer veilig kunnen wanen. Op videobeelden was te zien hoe Oekraïense drones, ondanks de overdadige Russische luchtafweer, letterlijk tussen de flatgebouwen door vlogen. Bij de aanval werden volgens Kyiv onder meer de olieraffinaderij van Moskou geraakt, twee brandstofpompstations en een fabriek voor halfgeleiders.











